AI-gebruik staat nog in de kinderschoenen

Het onderzoek laat zien dat slechts 26% van de Nederlandse werknemers AI actief gebruikt in het dagelijkse werk. Dat betekent dat 74% AI (nog) niet inzet. Met andere woorden: AI is inmiddels bekend, maar voor veel mensen is het nog geen vaste routine.

Dat zegt niet dat mensen tegen zijn. Het zegt vooral dit: voor de meeste medewerkers is AI nog geen gewoonte.

En dat is belangrijk, want AI-adoptie gebeurt niet op het moment dat je een AI-tool introduceert. AI-adoptie gebeurt op het moment dat het onderdeel wordt van het werk: in afspraken, formats, processen en dagelijkse keuzes.

Maar de verschillen zitten niet alleen tussen sectoren

De adoptie verschilt per sector. Koplopers zijn onder andere ICT en financiële dienstverlening. Sectoren zoals zorg en welzijn en transport blijven achter.

Dat is logisch. Sectoren verschillen enorm in:

  • Processen en systemen
  • Regelgeving en privacy-eisen
  • Beschikbare tijd om te experimenteren
  • Toegang tot tools en ondersteuning

Maar sector is niet het hele verhaal.

Want binnen dezelfde organisatie zie je vaak een nóg groter verschil: wie wel mag, durft en kan, en wie niet.

AI is opvallend populair bij managers

Een van de meest opvallende patronen in het onderzoek gaat niet over sectoren, maar over rollen. AI is op dit moment vooral een management fenomeen.

Het hoger management en directie gebruiken AI relatief vaak: 57% geeft aan AI te gebruiken. Bij medewerkers in uitvoerende functies ligt dat veel lager: rond de 17–19%, afhankelijk van of er klantcontact is.

Dat verschil is logisch, management ziet AI vaak als strategisch hulpmiddel. Maar het creëert ook een risico: als AI vooral “bovenin” blijft hangen, komt de impact niet terecht op de plekken waar processen draaien, klantvragen binnenkomen en het werk dagelijks gedaan wordt.

Het punt is niet dat management “te ver” is. Het punt is dat AI-adoptie pas echt gebeurt als het ook beneden in de organisatie landt: in teams, in werkafspraken, in de manier waarop werk elke dag wordt uitgevoerd.

Van tool naar routine vraagt verandering, geen tool-implementatie

Veel organisaties benaderen AI nog als tool-implementatie. Maar in de praktijk blijkt: AI-adoptie is vooral verandering in gedrag, processen en samenwerking. Zonder die verankering blijft het bij losse experimenten.

Je ziet dan hetzelfde patroon terug:

  • Een kleine groep koplopers gaat hard
  • Een grote groep kijkt toe
  • En een deel haakt af na één middelmatige ervaring

Niet omdat AI slecht is.
Maar omdat het nog niet is ingebed.

Je kunt de beste AI-technologie beschikbaar stellen, maar als teams niet weten waar het voor bedoeld is, hoe het veilig kan, en wanneer het loont om het erbij te pakken, blijft AI iets dat je “erbij” doet. En wat erbij komt, wordt in een volle agenda vaak niet structureel gedaan.

Gebruik is één ding. Vaardigheid is iets anders.

Binnen de groep AI-gebruikers beschouwt slechts 43% zichzelf als ervaren. Dat is een belangrijk signaal: zelfs waar AI al gebruikt wordt, is men vaak nog zoekend.

Daarnaast verwacht 61% van de AI-gebruikers dat ze nieuwe vaardigheden moeten ontwikkelen om bij te blijven. Opvallend is dat een deel van de niet-gebruikers juist denkt dat extra skills niet nodig zijn.

Dat laat zien: AI-adoptie is ook skill-adoptie, en skill-adoptie gebeurt niet vanzelf.

Training helpt. Maar training op zichzelf verandert nog geen werk. Dat gebeurt pas als vaardigheden worden gekoppeld aan:

  • Herkenbare toepassingen per rol
  • Herhaling en begeleiding
  • Teamafspraken en formats
  • Ruimte om te experimenteren
  • En een veilige omgeving om fouten te mogen maken

Zonder die koppeling blijft training inspirerend, maar vluchtig.

Bijna de helft mist een AI-strategie, en dat voel je op teamniveau

AI wordt in veel organisaties nog niet als onderdeel van strategie benaderd. 48% is niet actief bezig met AI en heeft geen duidelijke AI-strategie.

Dat klinkt als iets dat “bovenin” speelt, maar het effect is juist “benedenin” voelbaar.

Want als er geen richting is:

  • Wordt er onduidelijk gecommuniceerd
  • Ontstaan er verschillen per afdeling
  • Blijft het beleid vaag
  • En groeit onzekerheid

En onzekerheid remt gedrag.

Dat zie je ook terug in het vertrouwen: slechts 53% van werknemers vindt dat hun organisatie klaar is voor een toekomst waarin AI een belangrijk onderdeel van werk is.

Veiligheid en privacy: een praktische reden om níet te gebruiken

AI roept zorgen op, vooral rondom data. 45% van de werknemers maakt zich zorgen over dataveiligheid bij AI-gebruik.

Dat is niet irrationeel. Het is vaak heel praktisch.

Als medewerkers niet zeker weten of iets mag, of niet weten wat er met data gebeurt, dan kiezen ze voor zekerheid. Dan blijft AI iets voor later. Iets dat je “wel eens” gebruikt, maar niet standaard.

En zolang AI niet veilig voelt, wordt het niet normaal.
En zolang het niet normaal wordt, blijft het effect beperkt.

Generatiekloof? Minder groot dan je denkt

AI wordt vaak gezien als “iets voor jongere medewerkers”, maar het onderzoek laat een genuanceerder beeld zien: er is geen groot verschil tussen Gen Z en millennials. Generatie X gebruikt AI gemiddeld minder.

Wat wél opvalt: jongere medewerkers zijn vaak tegelijk nieuwsgierig én bezorgd. Een deel van Gen Z vreest vaker dat AI banen kan vervangen.

Dat onderstreept iets belangrijks: adoptie draait niet alleen om kunnen. Het draait om vertrouwen. En vertrouwen ontstaat door duidelijke kaders, communicatie en begeleiding, voor iedere doelgroep op een manier die past.

Eén van de meest strategische signalen: AI-gebruikers bewegen sneller

Het onderzoek laat zien dat AI-gebruikers actiever zijn op de arbeidsmarkt: ze solliciteren vaker en zijn vaker van plan te solliciteren dan niet-gebruikers.

Dat betekent niet dat AI automatisch uitstroom veroorzaakt. Maar het betekent wel: mensen die met AI werken, ontwikkelen vaak sneller, zien meer kansen en bewegen makkelijker.

Voor organisaties is dat een belangrijk signaal. AI-adoptie is niet alleen een productiviteits-vraagstuk, maar ook een onderwerp van duurzame inzetbaarheid en behouden van talent.

​​Wat werkt wél? Drie bouwstenen die telkens terugkomen

De whitepaper laat drie voorwaarden zien die in vrijwel elke succesvolle AI-adoptie terugkomen:

1) Start met richting

AI moet onderdeel zijn van strategie, niet alleen een IT-project. Waar zetten we het voor in? Met welk doel? En wat mag wel en niet?

2) Bouw een AI-vaardige werkcultuur

Medewerkers hebben skills nodig, maar vooral toepassing. Training werkt pas als het gekoppeld wordt aan echte processen en rollen.

3) Maak AI toegankelijk voor iedereen

Niet alleen voor koplopers of management. Adoptie versnelt als AI veilig, werkbaar en beschikbaar wordt voor teams in het dagelijks werk.

Of in één zin: AI-adoptie lukt pas als AI makkelijk, veilig en normaal wordt.

Wil je de volledige whitepaper lezen van de Nederlandse situatie?

Download dan de whitepaper “AI op de werkvloer in Nederland 2025”. Met inzichten over werkplezier, autonomie en klantbeleving.

AI-werkvloer-Integron-whitepaper

Conclusie: AI is geen hype meer, maar ook nog geen standaard

AI is zichtbaar aanwezig op de werkvloer. Maar de adoptie is nog beperkt en ongelijk verdeeld, en daarmee lopen veel organisaties het risico dat AI blijft steken in losse experimenten in plaats van echte verandering.

Voor organisaties ligt de kans niet alleen in tools, maar vooral in mensgerichte implementatie: duidelijke keuzes, vaardigheden opbouwen en veilige kaders creëren. AI vraagt meer dan AI-tools en pilots. De echte stap zit in gedrag en samenwerking: hoe teams AI meenemen in hun routines, processen en afspraken, op een manier die veilig en werkbaar is.

En precies daar begint versnellen vaak niet met nóg een AI-tool, maar met inzicht: waar staan we nu, waar zit de energie, en wat is een logische volgende stap?

Een logische volgende stap: maak zichtbaar waar je staat met AI

Als je dit herkent, is de vraag niet: “Welke AI-tool moeten we hebben?”
De vraag is: waar staan we eigenlijk, als organisatie, als team, per rol?

Want AI-adoptie is geen alles-of-niets. Je hebt teams die al veel doen, teams die vooral oriënteren, en teams die nog zoekend zijn. En als je iedereen dezelfde aanpak geeft, blijft het vaak te algemeen om echt te landen.

Daarom is een ideale volgende stap niet met nóg een generieke AI-sessie, maar inzicht: een nulmeting die laat zien waar de grootste kansen liggen, waar de drempels zitten en welke route past bij jullie ambitie.

High Potential Factory en Integron ontwikkelden hiervoor samen de AIware scan:

een praktische scan die duidelijk maakt waar je staat met AI, en wat een logische volgende stap is. Zonder ruis. Zonder hype. Met richting.

Je kunt klein starten met een inspirerende route voor teams die willen ontdekken, of breder kijken met een team- of organisatiebrede scan en roadmap. Het belangrijkste is dat je kiest wat past bij jullie volwassenheid en praktijk.

Wil je helderheid over waar jouw organisatie staat met AI,  en welke volgende stap het meeste oplevert?

Over de auteur
Lizzy Prins

Lizzy Prins

Deze blog is geschreven door AI expert Lizzy Prins, eigenaar van High Potential Factory en auteur van “Van Homo Sapiens naar Robo Sapiens”.

Deel dit bericht: