Energiebesparing kantoren onder de maat

Ondanks de energielabels wordt er te weinig op energie bespaard in bestaande kantoren. Het gemiddelde energielabel van een Nederlands kantoor is op dit moment label E. Ter vergelijking: label G is slecht en A is goed. Volgens Vincent Swinkels, senior adviseur energie en klimaat bij advies- en ingenieursbureau DHV, is de reden hierachter dat de huidige milieuwetgeving onvoldoende eisen stelt aan energiebesparing, zo meldt hij in het FD.


Het afdwingen van maatregelen is lastig, net als de financiering daarvan, stelt Swinkels. Het verplicht stellen van een minimaal energielabel is volgens hem noodzakelijk. Vooral omdat de potentiële milieuwinst voor bestaande kantoren enorm is. De afgelopen jaren werden al energielabels ingevoerd, maar consequenties werden hier niet aan verbonden. Kantoorpanden moeten wel, wanneer ze opnieuw worden verhuurd of verkocht, over zo’n label beschikken. In de praktijk gebeurt dat echter nauwelijks. Gemeenten kunnen afdwingen dat eigenaren van kantoren energiebesparende maatregelen nemen, maar daar maken ze geen werk van. 

Minimale energielabel
De bestaande milieuwetgeving stelt al eisen aan energiebesparing. Deze eisen zijn volgens Swinkels echter weinig eenduidig en ze zijn voor kantoren slecht handhaafbaar. Het energielabel kan worden ingezet om deze wettelijke eisen concreet te maken. Dat kan door een minimale energielabel te eisen bij het aangaan van een nieuw huurcontract. De eigenaren moeten dan maatregelen nemen om dit energielabel te halen. De invoering van een minimumeis (eerst geen G-label meer, na enkele jaren ook geen F-label meer), bij het aangaan of het verlengen van een huurcontract, faseert langzaam maar zeker de slechtste energielabels uit. Het gemiddelde wordt daardoor opgetrokken naar energielabel C. Die verschuiving komt neer op een CO2-reductie van 400.000 ton per jaar.

Leegstaande panden slechtste energielabels
De panden met de slechtste energielabels (G en F) zijn vooral in de periode tussen 1970 en 1990 gebouwd. Dit zijn over het algemeen ook de gebouwen die vaak leegstaan. Het lijkt tegenstrijdig om extra eisen te stellen aan panden die toch al lastig verhuurbaar zijn. Echter, als de eigenaar een nieuwe huurder vindt, zal hij het kantoor altijd moderniseren. Het verbeteren van het energielabel kan hij volgens Swinkels daarbij eenvoudig meenemen. Bij (verhuurde) panden waar een nieuwe huurperiode wordt afgesproken, is een externe prikkel noodzakelijk om verbetering van de energiekwaliteit te realiseren. Zonder deze externe druk vinden energie-investeringen niet plaats.

Meer over dit onderwerp
Onderzoeksbureau Integron polste de mening van ruim zeshonderd professionals over duurzaamheid. Vier professionals geven hun kijk op de belangrijkste uitkomsten. Lees meer in de augustus-editie van Facility Management Magazine

 

Hidden Menu